Inhoudsopgave
1.2 Typevoorbeeld: Europa’s eenmaking
1.3 Typevoorbeeld: Agnes’ kantoor
Je schrijft een weglatingsteken voor de meervouds-s van woorden die eindigen op a, i, o, u, y en die voorafgegaan worden door:
een
medeklinker
boerka's
oma’s
alibi’s
risico’s
reçu’s
aula’s
menu’s
taxi’s
hobby’s
een
klinker die een aparte lettergreep vormt.
alinea’s
boa’s
embryo’s
Het weglatingsteken zorgt ervoor dat de lange klank van het grondwoord ook in het meervoud behouden blijft.
Maar in bureaus, cowboys, werkmilieus, cadeaus, … is er geen uitspraakprobleem, dus ook geen weglatingsteken.
Ook bij
woorden die eindigen op -e schrijf je geen weglatingsteken:
dictees, garages, clichés, cafés, …
Voor de bezitsvorm van woorden pas je dezelfde regels toe als die van het meervoud.
ma’s huis
Rossini’s meesterwerk
Lilly’s speech
Guinea’s bevolking
Romeo’s liefde
maar:
tantes
beroep
Disneys pretpark
Dorines verhaal
Renés café
Voor de bezitsvorm van woorden die eindigen op een sisklank (s, z, sh, sj, sch, x) gebruik je een weglatingsteken:
Bill Gates’ zakenimperium
Felix’ zoontje
Inez’ secretaris
Bush’ presidentschap
Je schrijft een weglatingsteken bij verkleinwoorden die eindigen op u (uitgesproken als oe) die eindigen op y (na een medeklinker)
tiramisu’tje
baby’tje
maar: essaytje, reçuutje, parapluutje
In afleidingen van cijfer- en initiaalwoorden gebruik je een weglatingsteken:
60+’er
tv’s
gsm’etje
sms’en
Opgelet:
voorvoegsels worden gevolgd door een liggend streepje (bv. ge-sms’t, ge-e-maild)
Om aan te geven dat er letters uit een woord zijn weggelaten, gebruik je een weglatingsteken:
’s avonds (des avonds)
’t regent (het regent)
’k wil niet (ik wil niet)
m’n (mijn), z’n (zijn)
A’dam (= Amsterdam), A’pen (= Antwerpen)
Het
weglatingsteken staat altijd op de plaats van de weggelaten letter(s).
Vlak na een weglatingsteken schrijf je nooit een hoofdletter. Je schrijft de
hoofdletter aan het eerstvolgende volledige woord:
’s Morgens neem ik altijd uitgebreid de tijd om te ontbijten.
![]()
Bij de bezitsvorm van namen die eindigen op een -s die niet wordt uitgesproken, schrijf je een weglatingsteken. De -s is immers wel te horen in de bezitsvorm.
Duclos’ overwinning
Dumas’ auteurschap
Du Plessis’ inbreng
Carpentras’ bevolking
Bij de bezitsvorm van namen die eindigen op een -z of -x die niet wordt uitgesproken, schrijf je een -s:
Debrouxs schuldenlast
Deprezs argument
Bordeauxs kandidatuur
Bij woordafbreking vervang je het weglatingsteken door een afbreekteken:
sms’te wordt sms-
te
Rangtelwoorden in de vorm van cijferwoorden krijgen geen weglatingsteken.
1ste, 3de, 15de, 23ste
Opgelet: de achtervoegsels -ste en -de schrijf je niet in superscript.
Als in jaartallen de eeuwaanduiding ontbreekt, dan schrijf je in de plaats van die ontbrekende informatie een weglatingsteken. Om welke eeuw het precies gaat, wordt duidelijk uit de context.
’60
(als verkorting van bv. 560, 1460, 1760, 1960)
’03 (als verkorting van bv. 803, 1303, 1903, 2003)
Opgelet:
Je schrijft bv. de jaren 60, omdat in 60 niets is
weggevallen
en ook
het jaar 5 na Christus
het jaar 44 voor Christus
ze zijn geboren in het jaar 23 (van de eerste eeuw)